De vragen

Dit waren de vijftien vragen. De fietsers konden op elke vraag een score geven van één tot vijf, behalve bij vraag negen (die enkel met ‘ja’ of ‘nee’ kon beantwoord worden).

BELEVING
1. Ik kan hier aangenaam fietsen (mooie omgeving, gebouwen of natuur om naar te kijken…)
2. Ik kan hier comfortabel fietsen (bijvoorbeeld weg zonder veel hobbels en putten of kasseien…)
3. In de woonwijken is het veilig fietsen omdat er niet te veel autoverkeer is en er maximaal 30 km/u gereden wordt.
4. Kinderen kunnen veilig naar school fietsen door fietsstraten, schoolstraten en andere veilige routes.
5. Ook ouderen kunnen hier met een gerust hart fietsen.
6. Als fietser kan ik meestal de kortste route nemen, omdat die voldoende veilig is.
INFRASTRUCTUUR
7. Aan kruispunten kan ik veilig en vlot oversteken met de fiets.
8. De fietspaden worden goed onderhouden (bladeren worden verwijderd, in de winter wordt het fietspad sneeuwvrij gemaakt, putten worden hersteld…)
9. Ik weet waar ik terecht kan met vragen of klachten rond fietsinfrastructuur.
10. Gevaarlijke fietssituaties neemt mijn gemeente ernstig.
11. Als een straat (opnieuw) wordt aangelegd, wordt de fietsinfrastructuur ook verbeterd.
12. Ik kan mijn fiets op voldoende plaatsen veilig en comfortabel stallen.
COMMUNICATIE
13. Deze stad of gemeente moedigt fietsen actief aan(bijvoorbeeld door acties, campagnes, communicatie…).
14. Fietsroutes worden duidelijk gecommuniceerd (bijvoorbeeld via bewegwijzering, kaarten, Apps…).
15. Deze stad of gemeente verdient het om Fietsstad of Fietsgemeente te worden